De term werd gepopulariseerd door Karel Van Wijnendaele, stichter van de Ronde van Vlaanderen. Aanvankelijk verwees het woord naar seizoensarbeiders uit Oost- en West-Vlaanderen, een scheldwoord.
Van Wijnendaele smeedde het om tot eretitel: de renner die zegeviert in de meest barre omstandigheden, puur op wilskracht.